Regeling compensatie betaalde transitievergoeding

De kogel is door de kerk: werkgevers kunnen voortaan gecompenseerd worden voor de uitbetaling van een transitievergoeding bij onvrijwillig ontslag. Bij onvrijwillig ontslag is een werkgever in de meeste gevallen een transitievergoeding verschuldigd. Dit is ook het geval als een werknemer ontslagen wordt vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid.

Met name in deze laatste situatie vinden werkgevers dit onrechtvaardig. Zij hebben tenslotte al twee jaar lang wegens ziekte het loon doorbetaald en ook de re-integratiekosten vergoed. Vaak volgt er ook nog een 10 jaar lang hogere WIA-afrekening. En als klap op de vuurpijl volgt dan de transitievergoeding bij ontslag. Het kabinet heeft hiervoor een compensatieregeling getroffen, werkgevers kunnen vanaf 1 april 2020 een beroep doen op de Compensatieregeling Transitievergoeding voor werknemers die na 1 juli 2015 ontslagen zijn wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. In feite gaat de regeling met bijna vijf jaar terugwerkende kracht in. Voor nieuwe gevallen dient de aanvraag binnen zes maanden na betaling van de transitievergoeding te worden ingediend en de oudere gevallen, transitievergoedingen die in de periode vóór 1 april 2020 zijn betaald, dienen voor 1 oktober 2020 ingediend te zijn. De hoogte van de compensatie van de transitievergoeding is in het algemeen gelijk aan de betaalde transitievergoeding. Hiervoor gelden een paar beperkingen waarbij de belangrijkste is dat de compensatie beperkt wordt tot de wettelijke regeling. Werkgevers hebben van 1 april 2020 tot 1 oktober 2020 de tijd voor oudere gevallen een vergoeding aan te vragen. Deze nieuwe regeling is ook een middel om de zogenaamde ‘slapende dienstverbanden’, het in stand houden van het dienstverband om de betaling van de transitievergoeding te vermijden, te beëindigen. De compensatie van de transitievergoeding wordt berekend over het aantal dienstjaren tot de afloop van de wettelijke loondoorbetalingsplicht. Een eventuele hogere transitievergoeding door een slapend dienstverband of door een loonsanctie wordt niet vergoed.