Oldtimers stallen in wintermaanden bespaart wegenbelasting

In de maand december moeten oldtimers van onder de 40 jaar, waarvoor de overgangsregeling is aangevraagd, de stalling in. Om recht te hebben op de lagere vaste lasten moeten de oldtimers in december, januari en februari gestald zijn op privéterrein. In deze periode is het niet toegestaan om de weg op te gaan met de oldtimer of om deze langs de weg te parkeren. Dit jaar staat het aantal oldtimers waarvoor de regeling aangevraagd kan worden op bijna 79.000.

Zou voor al deze oldtimers een overgangsregeling zijn aangevraagd, dan zou de besparing aan wegenbelasting op basis van de verdeling in gewichtsklassen uitkomen op bijna 39 miljoen euro. Vóór het jaar 2014 kregen oldtimers vanaf 25 jaar, gerekend vanaf de eerste toelating, vrijstelling van de wegenbelasting. Na 2014 wijzigde deze grens naar 40 jaar. Een groot verschil waardoor veel oldtimers opeens geen vrijstelling meer zouden krijgen. Daarom werd de overgangsregeling in het leven geroepen waardoor er voor deze jongere oldtimers die op benzine rijden, niet bedrijfsmatig worden gebruikt en tussen 1 januari 1978 en 1 januari 1988 in gebruik zijn genomen, minder wegenbelasting betaald hoeft te worden. De overgangsregeling bestaat tot 2028. Op dat moment hebben alle oldtimers met de eerste toelating in 1987 de 40 jaar bereikt. Dankzij de overgangsregeling wordt er voor deze oldtimers slechts een kwart wegenbelasting betaald met een maximum van € 125,- in 2019. De eigenaar moet de wagen zelf aanmelden bij de Belastingdienst om de overgangsregeling te kunnen gebruiken. De regeling gaat na de aanvraag in op 1 januari. Voor die tijd moeten het verzoek en de betaling zijn gedaan. Eenmaal aangemeld hoeft de regeling niet jaarlijks aangevraagd te worden.